Hoe arteriële bloeddruk meten?

De 10 gouden regels om de arteriële bloeddruk te meten:

  1. Meet de arteriële bloeddruk steeds op hetzelfde tijdstip (bv.: bij het opstaan, bij het slapengaan), daar de arteriële bloeddruk varieert naargelang onze activiteiten. Deze regelmatige metingen gedurende een lange periode, zorgen voor een pertinente evaluatie van de arteriële bloeddruk.
  2. Rook niet en drink geen koffie een uur voor de meting.
  3. Meet, na een rustperiode van 2 tot 3 minuten, in zithouding. Zelfs bureauwerk verhoogt de arteriële bloeddruk met ong. 6 mm Hg systolische druk en ong. 5 mm Hg diastolische druk.
  4. Meet de arteriële bloeddruk niet indien u dringend moet urineren. Een volle blaas kan de oorzaak zijn van een arteriële bloeddrukverhoging van ong. 10 mm Hg.
  5. Alvorens de arteriële bloeddruk te meten, lees aandacht de gebruiksaanwijzing van de bloeddrukmeter. Het correct gebruik van de bloeddrukmeter garandeert de kwaliteit van de metingen en geeft nauwkeurige resultaten.
  6. Bij gebruik van een polsbloeddrukmeter, houdt de pols ter hoogte van het hart tijdens de meting. Bij gebruik van een toestel voor meting aan de arm, is de bovenarm automatisch op de juiste hoogte.
  7. Spreek of beweeg niet tijdens de meting. Spreken verhoogt de waarden met ong. 6 – 7 mm Hg.
  8. Wacht minstens 1 minuut tussen twee metingen aan dezelfde arm zodat de bloedvaten niet meer onder druk staan tijdens de nieuwe meting.
  9. Noteer de waarden in een bloeddrukpas: noteer altijd de gemeten waarden, de medicatie die u inneemt alsook datum en uur van de meting.
  10. Meet regelmatig uw bloeddruk. Zelfs al zijn uw bloeddrukwaarden beter, blijf uw arteriële bloeddruk meten zo kan u deze ook blijven controleren.